Recensie door Ineke Slootweg(kunsthistoricus) - Roman Reisinger

Op een ruw houten, ongeverfde tafel is een zevental objecten uitgestald, te weten: een fles met beugelsluiting, een tinnen kan met pauwenveren erin, drie kokosnoten, een glas en een wit servet. Tezamen vormen zij een stilleven dat herinneringen oproept aan een genre uit de 17e eeuw. In de Gouden eeuw was het in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden voor een kunstenaar van levensbelang om te laten zien dat hij zijn materiaalweergave beheerste. De concurrentie was immers moordend! Ieder materiaal heeft zijn eigen karakteristieken; het ene is moeilijker te schilderen dan het andere. Kunstenaars hadden eigen 'recepten' voor bijvoorbeeld de verbeelding van tin en wachtten er wel voor die te delen met anderen. In deze situatie is weinig veranderd. Ook Roman Reisinger (Amsterdam, 1970) heeft zijn eigen trucjes zoals hij zelf zegt. Door zoveel mogelijk verschillende objecten te combineren in één werk kon de kunstenaar, net als nu, laten zien wat hij waard was. Ook voor een opdrachtgever was zo’n uitstalling aantrekkelijk. Hij pronkte immers graag met zijn materiële bezittingen. Niet voor niets werd een dergelijk stilleven een pronkstilleven genoemd. Toch was men zich terdege bewust van de betrekkelijkheid van materieel bezit; vaak werden dergelijke stillevens voorzien van vanitas symbolen die wijzen op het verstrijken van de tijd en op het belang dat gehecht moet worden aan het veilig stellen van de ziel na de dood. Een dergelijke morele boodschap ontbreekt in het werk van Roman Reisinger Ook het perspectief is anders, misschien natuurlijker, dan in veel 17e eeuwse stukken. Kijkt de toeschouwer bij de oude meesters vaak van bovenaf óp de tafel, het standpunt in ‘Stilleven met kokosnoten’ is recht van voren. De objecten staan keurig naast elkaar uitgestald en hebben niet de neiging, zoals destijds, over de tafelrand te vallen. Net als zijn voorgangers deden, heeft Reisinger het stilleven uiterst precies, zorgvuldig en gedetailleerd geschilderd. Het is nauwelijks te geloven dat het werk een schilderij is en geen foto. Het ontbreken van een zichtbare penseelstreek draagt bij aan de verwarring van disciplines. De olieverf wordt heel dun, laagje over laagje, geglaceerd aangebracht. De bruine harige bast van de kokosnoot steekt prachtig af tegen de witte binnenkant. De structuur van het vlees is tastbaar. En dat is precies wat Reisinger wil; ‘de toeschouwer moet de kokosnoot kunnen voelen, ruiken, proeven’. Het oranje touw met kwastje dat de fles verbindt met de tafel is evenals de pauwenveren fotografisch gelijk geschilderd. Het transparante glas vormt van oudsher een uitdaging voor kunstenaars. De vloeistof in het glas van Reisinger is wit en niet al te dik en het ligt voor de hand dat het om kokosmelk gaat. Het glas laat een lichtreflectie zien. Aangezien de reflecties op de verschillende objecten zich aan zowel de linker- als de rechterzijde bevinden, wordt de suggestie gewekt dat het licht van meerdere bronnen afkomstig is. Details als de schaduw van het touw op de tafel en de stofuitdrukking van het witte servet tonen Reisinger’s vakmanschap. Reisinger maakt op de traditionele manier een compositie in zijn atelier van de voorwerpen die hij op doek wil zetten. Na een eerste schets zet hij het geheel op met 3 kleuren. Vervolgens brengt de kunstenaar in grote lijnen het licht aan en de gewenste reflecties. Laag na laag wordt het dan in kleur gezet. Als laatste stemt hij het geheel op elkaar af met transparante of dekkende lagen, al naar gelang het gewenste effect. Hoewel Reisinger’s werk referenties oproept aan de oude meesters, is het helemaal van deze tijd en sluit het aan bij dat van een groep kunstenaars voor wie ambachtelijkheid en vakmanschap hoog in het vaandel staan. Ineke Slootweg - kunsthistoricus